Vandaag gaat het over laatste.

Vandaag gaat het over de laatste. De laatste zal de eerste zijn. De 31ste wordt onherroepelijk de 1ste. Ik laat en verlaat jullie daarom met een Nieuwjaarswens. Het is een sprookje omdat het spreekt van het gedroomde, het kanniewaarzijn, maar toch. Zo waren de afgelopen drie schrijfjaren voor mij een sprookje. Had iemand mij in september 2015 gezegd dat ik 501 stukjes zou schrijven, ik had gezegd: kanniewaarzijn. Maar dan toch, dus.

Weet je wat het is? zei de muis tegen de olifant. Al die jaren dat we met Nieuwjaar lekker stampend de brug over gingen, jij samen met mij naar mijn kant de ene keer, en ik met jou naar de jouwe de volgende keer, al die stappen die we samen hebben gezet, meestal mooi gelijk in de maat, al die vreugde, al die gelijkheid terwijl we zo ongelijk zijn, al dat inzicht van jou dat er met je grote slurf en je sterke poten niets van je toekomst terecht zou komen zonder mijn gespitste oren en mijn slimheid, en al die erkenning van mij dat het kleinste gaatje alleen maar duurzame overlevingskans biedt als er een machtige beschermer is op mijn weg naar de kaasstolp en de broodtrommel, dat alles dreigen we te verliezen nu het woedende hoge water de brug heeft weggeslagen waarover we elkaar bereikten. Wat nu, beste olifant? De gerimpelde kolos stak zijn slurf in de lucht en trompetterde zijn antwoord, dat over het land schalde voor alle mensen en dieren die het horen wilden. Zie je die berg daar in de verte, hoog boven ons bedreigde land? vroeg hij de muis. Jazeker, piepte zijn vriendje. Dat is de berg Europa, zei de olifant. Kijk, daar is de trap die ons naar boven kan brengen. Laten we omhoog gaan om in deze oude tijd samen een nieuw begin maken. Ja, laten we dat doen, zei de muis. En met de schrik over het water nog in het hart, maar in de overtuiging dat dit de enige weg was, stampten ze zij aan zij de treden omhoog.