Vandaag gaat het over darmen.

Mensen horen niet graag over darmen. Wel vinden ze het prettig om over hun eigen darmen te praten. ‘Heb zo’n last van m’n darmen de laatste tijd.’ De luisteraar reageert gegeneerd. ‘O ja, joh, hoezo dan?’ En heeft meteen al spijt, bang om de gruwelijke details te moeten aanhoren. Wie vroeger een ‘scheetje’ liet, zei onmiddellijk ‘pardon’. Knetteren doen we onder de dekens en op de wc, graag met een dikke deur goed dicht. Boeren en scheten, ze zijn van de middeleeuwen. En van de Chinezen! Toch koesteren we, en dan maar in het geniep, onze darmen. Fijn dat ze er zijn, fijn dat ze zo lang zijn, en zo lang goed blijven. Fijn ook dat ze trouw, probleemloos en meestal geluidloos de ontzagwekkende hoeveelheden afvoeren die we een leven lang tot ons nemen en weer kwijt moeten. Daar mag best wel een keertje even aandacht voor zijn. Bij deze.