Vandaag gaat het over collecte.

Ik heb op mijn mawovrij’tjes menige reactie gekregen van lezers. Heel af en toe schrijft iemand mij een vervolgverhaaltje uit eigen bron. Leuk om te hebben, niet om te plaatsen. Schrijven doe ik zelf. Behalve nu. Van streek- en sfeergenoot Hans Makkes ontving ik een reactie op de MWV 481 van afgelopen maandag over het geloof en de bladerstraatvegers. Bij uitzondering wil ik u zijn bijdrage (waarvoor dank) niet onthouden. Omdat die te leuk is! Makkes schrijft: ‘In 1952 was ik met mijn ouders op bezoek in het Franse dorpje Villar boven Parijs waar de Brabantse pastoor Jan van Tienen tijdelijk de parochie was gaan leiden, ook om de tijdens WO2 zwaar beschadigde kerk te herstellen. Dat gebeurde onder andere via de collectes op zondag. De kerk zat vol vrouwen. De mannen speelden jeu-de-boul op het pleintje ernaast. Ze lieten hun zondag niet breken en de pastoor liet het oogluikend toe. Het belletje tingelde als start van de collecte. Twee misdienaars gingen de rijen af, drie misdienaars liepen met hun schaaltjes naar de zijramen die piepend en krakend open zwaaiden. De boeren staakten hun spel en kochten met gulle hand hun absentie af. Tien jaar later was het kerkje hersteld.