Vandaag gaat het over straatvegers.

Ze denderen met z’n tweeën langs met hun bladblazers en zwaaien altijd. Soms maken we even een praatje en lachen we wat met elkaar voordat ze door gaan. Ik krijg dan warme handen en twee keer een brede lach. Het zijn broers. De een groot en sterk, de ander klein en slim. Zoals het hoort. Ik weet bij god niet hoe het komt maar we krijgen het over geloof. Ze vragen of ik gelovig ben en ze vertellen van hun vrouwen, die allebei gelovig zijn. De broers zelf niet. ‘Die van mij,’ zegt de een, ‘gaat zelfs twee keer op een zondag naar de kerk. Heeft ze behoefte aan.’ En wat vind je daarvan? ‘Dat is nooit een probleem geweest. Dat is aan haar,’ zegt hij eenvoudig. Zijn grote broer knikt ernstig. ‘Bij mij hetzelfde. Al ben ik wel blij dat ze maar één keer gaat. Het is toch ongezellig, als je de hele week door de straten bent getrokken en je zondag breekt doormidden.’ ‘Jawel,’ zegt zijn broer, ‘maar wij hebben jaren gevoetbald. Toen was de zondag niet doormidden, toen was-ie er niet. Voor hun.’


  • Facebook B&W