Vandaag gaat het over gaten.

Van Florence naar Siena, van Siena naar Pienza, van Pienza naar Arezzo, van Arezzo naar San Giminiagno, overal en voortdurend rij je door een paradijs van groen, de kastelen precies op de juiste plaats, de restaurantjes exact daar waar je behoefte hebt, de zon in bloedrood ondergaan plaats makend voor een zee aan sterren. Enzovoorts. Je zou er flauw van worden. Maar ook zijn er de wegen daar naartoe. Dat wil zeggen: de gaten. En de gerepareerde gaten. Niet dus, nou, half tot een kwart. Zodat je schuddend als een kermisganger in de botsautootjes constant op zoek bent naar net dat ene stukje gewoon asfalt. En het niet vindt, nou ja, voor even, en hup, daar vlieg je weer een stukje, en bons, daar kraken weer je schokdempers en je botten. Dat is nou typisch Italië, zeggen de buitenlanders die het hebben overleefd, grijnzend tegen elkaar. Leuke mensen, die Italianen, spannende taal, heerlijk eten, en ja, die gaten, ach. Kan zijn, maar in de gaten van de wegen en de straten toont zich Ita

lie’s deplorabele staat, een land in verval, overeind gehouden door zijn geschiedenis en zijn wijn, geschenken van de god waarin ze, hoe graag ze nog steeds met overgave trouwen in hun heerlijke kerken, steeds minder geloven.


  • Facebook B&W