Vandaag gaat het over verdriet.

In het toeristenbureau van Asciano, bij Siena, Italië, worden we in langzaam, maar goed Engels te woord gestaan door een frêle, teer meisje, dat ons zachtjes vertelt dat we geluk hebben. Het is feestweek in het stadje, inclusief ezelinnen race, processie en in elke con

trada (buurt) lange tafels met urenlang eten en drinken. En dat terwijl Toscane toch al zo mooi is. Dat wel, zegt het meisje, maar de jongeren trekken weg. We kunnen wel studeren, maar daarna is er geen baan. Voor niemand niet. Op het terras bij de koffie bespreken we het verdriet in haar ogen. Haar neef, vertelde ze, is afgestudeerd ingenieur informatica. Hij woont nu met vrouw en twee kinderen in Leiden. Daar is werk. ‘En hij komt nooit meer terug,’ voegde ze er aan toe voordat ze een kaart met wandelingen door paradijselijke landschappen open vouwde.


  • Facebook B&W