Vandaag gaat het over camper.

Ze gaan de komende weken weer massaal op stal, de rijdende huizen van een snel groeiend leger van camper bezitters die zomers je uitzicht belemmeren, zowel op de weg als voor je eigen huis als je pech hebt. En in lange rijen maken ze op de Europese provinciale wegen het passeren onmogelijk voor jou en de plaatselijke bevolking. Rij je dan eindelijk het stadje aan zee binnen op zoek naar je hotel, zie je ze staan, rij na rij, zij aan zij, op een plaat beton achter een hek, ja, wel met zicht op zee, maar toch vooral nul privacy in de twee meter die het ene gloeiend witte gevaarte scheidt van de andere. Gelukkig zijn het mensen die even zo goed de stoeltjes op hun vierkante meter buiten zetten en met de rug naar de weg – en dus naar de zee! – hun drankje nuttigen. Inclusief kletspraatje met de buren van de dag. ‘Waar komt u vandaan? Hoe was het op de weg? Al lang op pad? Duur geworden, de prijzen hier. Maar toch heerlijk niet, je eigen huis bij je. Gaat niets boven dat.’