Vandaag gaat het over verval.

Een griepje van een paar dagen kan een al te lang levend mens al gauw een week of twee ongerief kosten. Zoals hard en droog door

hoesten, flink blijven snotteren, het lijf dan weer heet, dan weer koud, stijve spieren, dat zeker, en moe, dat ook. Verval. Een wespje dat zo maar kwam binnenvliegen en onder de gesticulerende arm van de heer des huizes dermate bekneld kwam te zitten dat ze heel lichtjes moest steken als waarschuwing dat ze kwam te overlijden, dat wespje veroorzaakte een hevig rood in het eerst nog zo melkwitte vel, een zwelling die lang pijnlijk stak en nog dagen schrijnde. Verval. Wist u dat onze weefsels door lichaamseigen enzymen worden afgebroken waarna onze bacteriën alle bouwstenen van het lichaam verteren en de gassen die daarbij vrij komen het lichaam doen uitzetten waarna het binnen twee weken openscheurt zodat de vloeistoffen weglopen en een langzame rotting begint tot aan de droge fase als er niets van ons rest dan droge botten? Dit alles gelukkig na ons overlijden. Maar toch ook: verval.