Vandaag gaat het over gras.

Vanuit de stadswijk waren we in vijf minuten met een sprong over de sloot bij de weilanden, waarin we lagen, jongens nog, urenlang op onze rug, spriet tussen de tanden, zon en wolkenluchten in onze ogen. Tien jaar later lagen we in de duinen, mijn meisje en ik, zachte huid op hard gras. Weet u, vertelt de tuinman, dat de mensen vandaag de dag steeds vaker hun gazon laten vervangen door kunstgras? Ik voel me soms net een tapijtlegger, maar ik moet bekennen, een groenblijvertje is het natuurlijk wel. Niet iets voor u? We knikten van niet. Hij zuchtte, dronk zijn koffie leeg, pakte zijn gereedschap op en stak, terwijl wij bezorgd toekeken, overal in ons gras het onkruid uit.