Vandaag gaat het over blauw.

Elke werkdag kookte mijn moeder vlak voor ze naar bed ging twee eieren voor het ontbijt van mijn vader. Ze kookte ze zo hard dat ze blauw waren, want dat was hoe hij ze wilde. Koud en blauw. Elke zaterdagmorgen om half zes was ik er dan als jochie getuige van hoe hij ze met vier gulzige happen en veel zout soldaat maakte waarna hij steevast een harde boer liet. Een klap op de tafel was het sein om het Volkswagenbusje te bestijgen en naar Amsterdam te rijden waar ik blauw van de kou mijn klanten hielp aan boter, kaas en eieren. Pas op de terugreis van de markt naar huis kwamen in het busje de bij de eieren van die ochtend horende scheten. Voor het overige was mijn vader een keurige man, vader van acht kinderen, voorzitter van de marktvereniging, zanger in het kerkkoor en een geliefde gast op bruiloften en partijen.