Vandaag gaat het over berouw.

We waren zo arm dat de vleeswaren uit onze zuivelwinkel alleen voor de klanten waren, niet voor ons, kinderen. Elke zaterdag moest ik met een mandje vol geurende heerlijkheden voorop naar de pastorie fietsen. Ik rook dan hoe lekker het was en ik zag dat het veel was, veel te veel, vond ik. Achter de heg op het pad naast de pastorie oefende ik in het onzichtbaar uit de openstaande zakjes vingeren van een plak ham en een plak gelardeerde lever. Ik slaagde. Oh zaligheid der zaligheden. In hun overvloed hebben ze volgens mij nooit wat gemerkt. De volgende vrijdag ging ik bij de pastoor te biecht en vertelde van de ham en de lever, uiteraard zonder erbij te vermelden dat ik ze van hem gestolen had. Hoezo berouw? Ik stond in mijn recht! Gaat heen en zondig niet meer, mijn jongen, prevelde de eerwaarde, wellicht met een voor mij, vanwege het schemerduister aan zijn kant van het ‘ijzeren gordijn’, onzichtbare glimlach op de lippen.


  • Facebook B&W