Vandaag gaat het over tante Annie.

Van alle tantes in onze rooms-katholieke familie was ze met afstand de liefste. Moeder van twaalf kinderen, lieveling van tientallen neven en nichten die haar bezochten om haar lach, om haar heldere en onafhankelijke geest, om haar onvoorwaardelijke aandacht en diepe interesse nog het meest. We hebben afscheid van haar genomen op de dag dat ze bijna honderd was. De stoet was lang, de aula vol. In alle banken draaiden de hoofden, op zoek naar herkenning - een mond, die ogen!, die neus - na jaren van levens die zonder ontmoeting langs elkaar geschoven waren. ‘Zo gaat dat nu eenmaal in de modern tijd,’ kon ze vergoelijkend zeggen, zij die ons daar op crematorium Westerveld alsnog met elkaar verbond.