Vandaag gaat het over democratie.

Ik maak me al mijn hele volwassen leven druk over het volk dat niet regeert terwijl het toch in een democratie leeft. Ik ben niet de enige. Al rond 1750 klaagde Jean

-Jacques Rousseau (u weet wel, die van vrijheid, gelijkheid en broederschap) dat het volk in een parlementaire democratie alleen op verkiezingsdag even de macht heeft. Want zij die zich ‘volksvertegenwoordigers’ noemen, vertegenwoordigen hun eigen belangen en die van hun partij, maar niet die van ons, schreef hij. Er is in 250 jaar bar weinig veranderd. Dat blijkt al uit het volgende testje: noem mij uit het hoofd 15 van onze 150 Tweede Kamerleden bij naam en ik geef u 150 euro. De uitslag zegt genoeg. En de nu al uit het lood geslagen Pechtold heeft het referendum, liefdesbaby van D’66, gekilled. Een laatste strohalm is de briljante Vlaming David van Reybrouck die steeds drastische vernieuwingen bedenkt om de burger dichterbij de besluitvorming te brengen. Van de Grieken leende hij een systeem van loting. Werk het gekonkel en gefoezel tegen door voor 25% uit de massa frisse burgers van allerlei stand en allooi te loten die een paar jaar meedenken, meepraten en meebeslissen. Maar die hebben er helemaal geen verstand van, roepen de tegenstanders wanhopig. Nou en? Juist daarom. Verstand van verleden en heden geeft geen garantie voor een gezamenlijke toekomst. Die garantie geeft alleen erkenning en waardering.


  • Facebook B&W