Vandaag gaat het over passanten.

In het Tv-programma ‘Kijken in de ziel’ noemden de oud-pr

emiers Van Agt, Kok en Balkenende zich unaniem ‘passanten’ toen interviewer Coen Verbraak hen vroeg naar het historisch belang van hun premierschap. Ik heb er niets over in de pers gelezen, maar ik vond het onthutsend. Al die jaren van huis, heel dat gemis van de opvoeding van de kinderen, voortdurende spanningen in het huwelijk, uitputtingsverschijnselen als gevolg van nooit ophoudende stress, loodzware loodgieterstassen vol stukken in het weekend, jarenlang geen boek, geen verjaardagsvisite, geen theater, geen film. En dan uiteindelijk als conclusie dat je ‘op de winkel hebt gepast’. Mijn hemel! Juist als je de eerste onder je gelijken bent, moet je voor die gelijken en alles daaronder de leider kunnen zijn met de rust en het overzicht dat overwicht brengt. We zouden als volk zo graag ‘de hele mens’ willen hebben, niet de halve passanten die nu schuldbewust kwamen opbiechten dat ze zich hadden laten meeslepen in de waan van de dag en na enig aandringen toegaven dat het beter had gekund, meer visie vooral, mijnheer Rutte.