Vandaag gaat het over oppassen.

De blote winterzon schijnt hard en laag in de kamer. Het licht valt op de roller van de Braziliaanse schilder die de muur van de lange kamer leverkleurige warmte geeft. Hij lacht veel, omdat er niemand Portugees spreekt en hij uitsluitend. Vanwege het stof na het schuren zijn we in volle verwachting van de Bosnische hulp in de huishouding die veertien dagen bij haar Servische nicht in Turkije is geweest. Omdat de man des huizes 150 kilometer naar Zuid-Limburg op weg is om een gedroomde auto te bekijken en zijn vrouw uithuizig aan het werk is, pas ik op de schilders. Dat doe ik door in een hoekje van de kamer met de wereld te mailen, o.a. Frankrijk, Nieuw Zeeland en Tanzania, en aan dit stukje te denken. Een golf van kou kondigt de binnenkomst van kleinzoon lief aan, begeleid door de zowaar Hollandse oppas die hem van school heeft gehaald. Gedrieën gaan we met drankjes en lekkers naar boven. Daar denk ik verder terwijl oppas en kind stil en devoot gebogen over hun iPhone en iP

ad hun allereigenste communicatie verzorgen. Ik moet oppassen dat ik niet steeds naar ze kijk, zo aantrekkelijk ziet dat er uit, die twee van 18 en 8 daar ontspannen ingespannen op dat bed, in het vervagende winterlicht van de nu snel wegvallende zon.