Vandaag gaat het over glas.

Een piepklein vlekje op het slaapkamerraam maakt duidelijk dat het kleine vogeltje dat voor dood op het balkon ligt daar tegen het glas is gevlogen. Als we een uur later weer gaan kijken, is het onherroepelijk: wat voor onze verschrikte ogen keurig op zijn of haar zij op het hardhout ligt, met het mooie eigenwijze kopje een beetje scheef, zal nooit meer vliegen. ‘De moeder moet nu wel heel erg ongerust zijn,’ zegt mijn vrouw met iets van smart in haar stem. Ik kan niet anders dan het beamen. Samen speuren we de tuin af om te zien of er wellicht iets van een moedervogel wanhopig aan het zoeken is. Maar nee, behalve de dagreiger die weer onbeweeglijk in de vijver staat te staren (en voor wie het vogeltje wie weet op de vlucht is geslagen!) is er niets te zien. ‘Weet jij wat voor vogeltje het is?’ vraagt mijn vrouw met iets van wanhoop in haar stem omdat ze weet hoe weinig ik van vogels weet. ‘Een Fransman zou het oppakken, bakken en opeten,’ zeg ik. ‘Kom, we gaan lunchen.’ Vier dagen later ligt hij/zij er nog. Al deerlijk verfomfaaid maar intact. Je kan nog steeds zien dat hij/zij mooi is geweest. Met dit stukje wil ik haar/hem eer bewijzen. Al was het maar uit schuldgevoel over dat glas. ‘Zullen we er een vogeltje op plakken?’ vraagt mijn vrouw.


  • Facebook B&W