Vandaag gaat het over wijzers.

De tijd verstrijkt, hoe je het ook bekijkt. In een steegje achter het pauselijk paleis in Avign

on kocht ik ooit in een piepklein horlogerietje bij een stokoude horlogemaker een kleinood van een klassiek horloge dat door hem met veel liefde was gerestaureerd. Het had de eeuwige schoonheid van de eenvoud waardoor je het continu opdraaien graag voor lief nam. Ik droeg het met overgave, vooral bij mijn beige suède schoenen. Nu is het stuk. De juwelier hier in het dorp heeft het naar de centrale horlogemakerswerkplaats gestuurd waar ze het hebben open gelegd en, als ware het een opgegeven patiënt, maar gauw weer dicht gemaakt. Nu ligt het stil en aangedaan op mijn nachtkastje, een relikwie van een vol leven. Het kleine wijzertje van de seconden is uit z'n gaatje gevallen en hangt verloren tussen de 7 en de 8, de decade die ik tegemoet ga. De grote wijzers zijn blijven stil staan op twaalf voor twaalf. Zo is het wel ongeveer. Niets meer aan te doen.