Vandaag gaat het over rijk.

Een nieuwe vriendin nodigde ons uit te komen eten. Halverwege de voorbereiding van de maaltijd kwam haar zoon van 21 thuis. Hij stelde zich aan ons voor, liep naar de open keuken, schoof de pannen van mamma zonder iets te vragen van het fornuis en begon tot onze stomme verbazing voor zichzelf een enorme omelet te bakken. Mijn vrouw waarschuwde me met haar blik: je houdt je mond! Nadat hij uit gegeten was en onze gastvrouw weer verder kon, raakten we met haar zoon in gesprek. Hij bleek zonder ei in z’n mond een vlotte, joviale, vrolijke vent. Al snel kwam het onderwerp op z’n toekomst. ‘Ik wil rijk worden,’ riep hij zonder blikken of blozen. ‘Heel rijk.’’Goed plan,' zei ik, ‘maar hoe dan?’ Hij noemde een paar voorbeelden. Niet eens zo gek trouwens. Maar m’n vrouw stelde een betere vraag: ‘Waarom wil je rijk worden?’ Hij wist het antwoord meteen: ‘Zodat ik kan doen wat ik wil. En wat ik wil, dat is zorgen voor gehandicapte kinderen. Dat lijkt me echt te gek. Maar ik wil niet als een sloeber leven. Dus eerst geld en dan de zorg.’ Toen hij naar z’n kamer was, keken we elkaar verbouwereerd aan. ‘Meent-ie dat echt?’ De moeder, inmiddels klaar met een heerlijke boeuf bourguignon, knikte. ‘Hij zegt het al jaren.’ Aan tafel!