Vandaag gaat het over sneeuw.

Het grote boerenhuis dat als altijd als een schip in de vlakte ligt, wacht voor het laatst in 18 jaar op zijn bewoner, die uit het verre noorden in zijn eentje aan komt vliegen om achter de luiken bij de haard de eenzaamheid te vinden die hem lonkt, zo af en toe, en overdag de stilte van het oude bos waarin de rivier voor eeuwig, schijnt het, ruist, ijskoud helder water, dat hij drinkt, weer binnen, uit de kraan in de keuken, waar hij soep maakt en wachtend in stille verwondering kijkt naar de dikke witte deken van sneeuw op het eindeloze veld, de sneeuw die gisteren nog als een zwaar pak op de takken van de platanen en de pijnbomen moet hebben gelegen, waardoor de zwakste takken onder het gewicht zijn geknapt en dwars door het hekwerk zijn geslagen, waarop ze nu druipend liggen te glinsteren in de winterzon die dit alles beziet en schijnbaar onbewogen blijft onder het maagdelijk beeld, uitzonderlijk, zeker voor de Provence, waar de bewoner, nu met sokken aan in bed, zo duizendvoudig vaak is gearriveerd, weg van donker, sneeuw en kou, hunkerend naar warmte in oneindig licht.


  • Facebook B&W