Vandaag gaat het over zwarte piet.

We schrijven midden jaren zestig. Piet was mijn buurman op de Amsterdamse markt waar ik als jonge jongen kaas verkocht. Piet heette zwart vanwege de kleur van z'n haar en z'n kraam vol drop. Piet was mooi, zeer van de tongriem gesneden en gek op vrouwen. Als een kat kon-ie over z'n kraam springen als er weer eens een mooie buurtse del om z'n drop en z'n aandacht kwam. 'He meissie fan me,' riep hij dan in z'n plat Amsterdams en sprong met een grote zwaai in een keer naast haar. 'Trompie, ik ben zo terug, let jij op m'n saak.' En weg was-ie. Snoepje der in, arm om haar middel, brutale bekkie bij haar oor, op haar wang, kusjes stelend als de raven. Meestal was hij na vijf, tien minuten weer terug, stralend van oor tot oor. 'Moet jij ook doen, jongen, finden ze salig, die meiden. Ik ferkoop je kaas wel effe.' En met een sprong was hij weer terug achter z'n kraam. 'Sjokolade, peperremunt en derrroppp! Dames, dames, alleen fandaag: goedkope kaas bij kleine Trompie daar en dropfeters in de reclame bij Piet. Tien in een sakkie voor een kwartje. Je kindjes sullen je omhelse, ik sweer het. Tien voor een kwartje. Seg maar tien voor niks. Dames, dames...'


  • Facebook B&W