Vandaag gaat het over moe worden.

Naarmate een mens ouder wordt, gaat hij het bed steeds meer als een zegening zien. Ik kan er nu overdag langs lopen en denken: ha, lekker! De conclusie van deze ontwikkeling in denken en voelen moet zijn, dat de dag als belangrijkste taak krijgt: moe worden. Men staat om negen uur op, men doet zijn rek- en strekoefeningen tegen de stramheid, men tikt in pyjama of duster een eitje met thee, men baddert en reddert een uurtje teneinde als toonbaar individu weer beneden te komen, men neemt zijn koffie en schudt zijn hoofd boven de krant, men kijkt of er al post is, maar nee; men luistert een potje radio misschien, men zet een gesprek op met de partner dat verzandt in haar vertrek naar de stad, men wandelt naar de super voor ontbrekende kleinigheden, en luncht daarmee, men kan aan een klein tukje ('power nap') niet ontkomen, men gaat aan de thee met een goed boek, men kijkt op de klok of het al borreltijd is, men besluit om niet naar Max al te gaan kijken, men gaat aan de borrel, men snijdt, schilt, kookt en eet schouder aan schouder, men vult de vaatwasser en men zijgt in de luie stoel voor het wakend oog dat met zijn beeld nooit nalaat aan het lome lichaam de laatste energie te ontnemen. Zo is men dan toch moe geworden en komt het uur der zaligheid. Naar boven, biddend tussen hoop en vrees dat het duren mag, de slaap.