Vandaag gaat het over corruptie.

In het weekend dat de Paradise Papers de media vullen, ontving ik van mijn neef Ton, die al decennia lang pater is in Papua, een uitgebreide reactie op mijn MWV’tje 333 over fraude. Ton gaf me toestemming om uit zijn mail te citeren. “In de meeste Aziatische landen is de corruptie haast onmogelijk uit te roeien. De theorie om het uit te roeien is prachtig. 'Sosialisasi' zegt men dan op zijn Indonesisch, dat zijn allerlei cursussen en seminars waarvan het batig saldo onder de dames en heren ambtenaren wordt verdeeld, zonder de baas te vergeten. De vraag is: van wie leer je? Wie zegt je dat je niet mag stelen? Is dat ingebakken? Moet het je verteld worden, en voorgedaan? Door pa en ma (of wie ook voor hen doorgaan)? En als die het niet doen? De school? Ze kijken wel uit om moraliserend over te komen. De politiek? Wordt er niet een beetje gelachen om mensen die de 'ethische waarden' in hun vaandel hebben? Door godsdiensten of humanistisch verbond? Wordt er nog naar predikers geluisterd (als ze dat al niet voor zichzelf verpest hebben)? Een afgezaagd antwoord (maar het kan altijd aantrekkelijk worden gebracht) is: stukken uit de de oeroude bijbel weten te vinden als leidraad (met een of twee d's? draad of raad... alle twee niet gek). Al minstens drieduizend jaar staat daar dat je niet mag stelen, ja zelfs een andermans goed niet mag 'begeren'.... Zou men het zich echt niet meer herinneren?"