Vandaag gaat het over kopers.

In totaal is de makelaar nu zo'n vijftien keer met gegadigden voor onze te koop staande Provencaalse boerderij langs geweest. We zagen een Engels stel dat zich na de Brexit geschrokken terugtrok, een Russisch paar dat met twee ton aftrek cash leek te willen betalen (in roebels?) maar een pastorie kocht, een heerlijke Franse familie waarvan moeder en kinderen dolenthousiast waren maar papa het bijhouden van 40.000 m2 grond naast zijn drukke baan niet zag zitten, een prachtig homostel dat in twee identieke, gloednieuwe, sneeuwwitte Tesla's arriveerde en alles 'adorable' vond en een moeder die zichzelf al met haar getrouwde dochter en zoon samen zag wonen maar dat zagen die zoon en dochter toch anders. Avontuur en variatie zat, maar nIemand deed in die zestien maanden een bod, zelfs geen onaanvaardbaar bod. Tant pis, dachten wij, na 17 jaar zit zo'n tweede huis als een jas die je eigenlijk niet wil uit doen. En toen was daar ineens, out of the blue van de Provencaalse herfst, een prachtig jong stel uit de buurt, voor wie dit huis een coup de coeur bleek te zijn zoals het voor ons in 2000 was. Vandaag doen ze een bod en naast de vreugde over deze gedroomde kopers zijn we ook behoorlijk van slag. Want als de hamer valt, voelen we nu al: 'We will cry all the way to the notaris.'