Vandaag gaat het over de waarde van geld.

In Spanje kun je enorm goedkoop eten, joh, hoor je de Nederlandse toeristen zeggen. En ze zetten zich voor 8 euro diner aan een wrakkig tafeltje, bediend door een doodmoeie, piepjonge ober. Voor diezelfde 8 euro, zeggen diezelfde toeristen, kun je hier een dag een auto huren. Wij komen voor een huurauto al slenterend langs de Quada

lquivir rivier in het centrum van Sevilla terecht bij een keurige Sevillano op leeftijd die zich, omringd door een enorme stapel grote kartonnen dozen, aan zijn stokoude bureau zet, zich verontschuldigt voor zijn Engels en al grapjes makend met ons het eindeloze formulier invult zonder welk autohuur blijkbaar niet kan. Achter ons langs tilt zijn zoon een enorme oude typemachine naar buiten en zet die aan de straat naast de vuilnisbak. We vragen een kaart van Cordoba en uitleg over de mooiste route erheen. Ach, neemt u het hele kaartenboek maar mee, krijg ik wel terug. Om 11 uur stipt zal hij zich met auto melden bij ons hotel, om 9.30 uur precies zal hij een paar dagen later voor de vertrekhal van het vliegveld weer op ons wachten. Volgend jaar zal hij Amsterdam bezoeken. Hij verheugt zich nu al en laat verlegen foto's van Brussel zien, waar hij vorig jaar was. We krijgen een warme hand ten afscheid. Zo huren we een Fiat Punto voor het nodige meer dan 8 euro per dag. Maar ja.