Vandaag gaat het over piri piri.

Hak een kip in kleine stukjes en brokjes, bak die knapperig krokant in de pan, voeg aan het geheel een saus toe met hete chilipepers et voilà, je hebt kip piri piri, ruimhartige schalen vol die je met veel patat en een grote tomatensalade overal voor weinig in de Algarve kunt eten. Wij slaan met acht man een paar dagen een balletje op de klimaatonvriendelijke greens van deze zonnige kuststreek. De eerste avond is het meteen raak: kip piri piri. Na een volgende avond met superieure zeebaars en tarbot aan een zee vol volle maan, keren we de derde avond al terug naar de piri piri. Naam, smaak en prijs vormen een onontkoombare combinatie. Zeker als de obers jong en goedlachs zijn en de bediening razendsnel. Amuse? Nog voor je goed en wel zit. Koffie toe? Het staat er al. Rekening? Hier! En daarna mag je in de zwoele Portugese avond nog uren kletsen over de Hollandse mens en maatschappij. Piri piri is de naam voor 'rode duivel' in het Swahili. Ik merk het 's nachts in bed. Dus wees gewaarschuwd als deze kipbere

idingsvorm Nederland komt veroveren. De duivel zit in de details: pepers.