Vandaag gaat het over rekenen.

De Franse makelaarster is haar rekenapparaatje vergeten en weet Mon D

ieu niet hoe ze haar 4% courtage van de verkoopprijs moet berekenen. Als ik het haar voorzeg, is ze verbluft. 'Hoe kunt u dat? Uit het hoofd! En zo snel.' Maar omdat ze het bedrag in het contract moet zetten, is ze er toch niet helemaal gerust op. Of ik het nog even op papier kan uitrekenen. Avec plaisir. Thuis vertel ik het aan de kleinkinderen. En dat ik het in een mawovrij'tje wil gebruiken. 'Hoeveel van die stukjes wil je eigenlijk schrijven, opa?' vraagt Chris van 8. 'Vijftienhonderd. Ik zit nu op driehonderd. Hoeveel procent is dat eigenlijk?' Chris denkt: bekijk het maar en knaagt verder aan zijn boterham. Maar Josephine van 11 gaat de uitdaging graag aan, draait haar grote blauwe ogen naar boven en vindt het antwoord ergens in haar hoofd: 'Twintig procent! Vijf keer driehonderd is vijftienhonderd, vijf keer twintig is honderd procent.' Opa is apetrots maar legt de lat meteen hoger. 'Ik heb twee jaar gedaan over driehonderd, hoeveel jaar nog tot vijftienhonderd?' Chris knaagt door. Josephine zucht, zwoegt en zegt: 'Zes.' 'Maar als ik nou vier keer driehonderd nog moet, toch?' probeer ik. 'O ja, dan is het vier keer twee jaar dus nog acht jaar. Jeetje, effe kijken, opa, dan ben je bijna 78!' Soms zou je willen dat ze even niet kunnen rekenen.