Vandaag gaat het over oorlogje.

'Het is al oorlog,' zegt mijn vriend. We eten een broodje op de vlonder van een 'waterfront restaurant' aan 't IJ. In de wind onder een prachtige Hollandse lucht van wolken en zon luncht daar een bont gezelschap van toeristen, yuppen en zakenmensen. Ze maken een gelukkige, gezonde, rijke indruk. Overal om ons heen worden dure villa's en appartementen aan nieuw gegraven grachten uit de slappe grond gestampt. 'Hoezo oorlog?,' vraag ik. Hij antwoordt dat we niet meer aan bommen en granaten moeten denken maar aan gehackte verkiezingen, gekozen regeringen die rechtbanken en vrije media onklaar maken, dictators die steeds weliger razen en tieren, de almacht van het internet, de samensmelting van onder- en bovenwereld. Ik voeg er de Duitse auto industrie aan toe die, naar nu blijkt, de sjoemeldiesel gewoon gezamenlijk heeft afgesproken en als toetje noem ik de half miljoen aangiften van misdrijven die jaarlijks in ons land bij de politie gewoon in de prullenbak gaan. Wegens teveel. We roepen de ober. Tijd om op te stappen.

'Was goed om je weer te zien.' 'Eensgelijks. Fijn weekend.'