Vandaag gaat het over klein.

Ik was al van jongs af aan te kort van lengte. Kleine opsodemieter, heette dat in die tijd. Compenseerde ik met een grote mond en lange vrienden. Gelukkig was mijn broer nog net iets kleiner. Broertje Jan. Jantje dus. Ferry kon je niet verkleinen, dat scheelde. Mijn relatieve voorsprong werd teniet gedaan door een armzalig ziekenfondsbrilletje tegen een lui oog. Kleine schele dus. Dat neutraliseerde ik dan weer met snelle voeten. Eindeloos de bal oefenen tegen een muur. En scoren bij het putjepingel. Zodat je toch gekozen werd op het schoolplein. Net aan. Zo vocht je je een weg naar de toekomst. Richting groot. Nou ja, groter.