Vandaag gaat het over uitgesproken.

Ik ben het graag, alleen. Steeds liever. In bed. Op de stoel. Aan de wandel. In de trein. Ik heb de ander minder nodig. In de zin van nood. Ik voel me uitgesproken soms. De daverende vaart van vroeger, stilgevallen, balsemend. Als ik spreek, kunnen daar zomaar de verkeerde woorden komen. Als stenen in een vijver, meteorieten uit een onbekend heelal. Wie is dat die dat zegt, zo kijkt?