Vandaag gaat het over drank.

Ik koop bij de drankzaken, ik sla in op de wijn- en bierafdelingen van de supermarkten, ik bestel bij de wijnsites, ik drink in de restaurants, cafés, thuis, bij vrienden en op de terrassen. Met een schuin, lichtelijk verbijsterd oog kijk ik naar de stapels kratten bier voor de jeugdhonken en ik luister naar het geraas bij de glasbakken na weekenden en feestdagen. Mens, beschouw jezelf. En weet dat ook jij elke dag drinkt. Een biertje voor de spoeling rond vijven, glaasje wijn bij het eten, flesje leeg bij de TV, portje om goed te slapen. Alles met tje. Nu de dames en heren doctoren de strijd tegen het roken hebben gewonnen (de rest moet van de accijns komen), richten ze hun pijlen op het alcoholisch deel van onze ziel. Ooit was drinken sociaal. Het maakte het hoofd licht en de stembanden los. Niet lang geleden nog maar waren twee glazen rood per dag goed voor hart- en bloedvaten. Nou nee, zeiden de geleerden toen, een enkel glas per dag volstaat. Het laatste nieuws is dat je beter helemaal geen alcohol kunt nuttigen. Geen dag. Foto’s van de lever geven het bewijs: vervet, gerimpeld. Dus iedereen bob. Bij de koelkast aarzel ik tussen bier en spa. Ik pak bier. Kom zeg. Maar wie weet, na 35 jaar stopte ik met roken.