Vandaag gaat het over jammer.

Onder psychologen is bekend dat mensen slecht alleen in een kamer kunnen zitten, overgelaten aan hun eigen gedachten. We worden er onrustig van. Daarom is de cel ook zo’n harde straf. Het sluit je op, naar lichaam en naar geest. Naargeestig. Toch moeten we het als ‘jammer’ betitelen dat wij mensen zo slecht met onszelf kunnen. Het zou heel wat files op de wegen en op Schiphol bij de security schelen. Miljoenen tonnen CO2 zouden niet worden uitgestoten, landschappen bleven verschoond van windmolen

vervuiling, zeeën konden golven zonder plastic soep, koraal bleef veelkleurig, het oversteken van de straat was een eitje en kinderen konden nog vrijuit buiten spelen zoals mijn broertje Peter (deze week 65) die in de jaren vijftig naar het gietijzeren putdeksel van het kruispunt kroop en daarop in alle rust z’n luierkont ging zitten warmen. Zonder zucht naar belevenissen (en dan liefst met anderen) zouden we ons over de toekomst van de wereld veel minder zorgen hoeven te maken. Nu wordt in je eentje op je kamer algauw met twee en dan heb je de poppen aan het dansen qua overbevolking. Al heel jong leerde ik dat beren winterslapers zijn en ik weet nog dat ik dacht: waarom hebben wij dat niet? Mogen we nog blij zijn dat ons de nacht is gegeven. Elke dag toch weer even rust en reinheid voor mens, dier en aarde.