Vandaag gaat het over zelfgenoegzaamheid.

Op 3 april j.l. schreef ik over de formatie als een deformatie van wekenlang herhaalde, overbekende, nooit veranderende standpunten, die tot niets anders kon leiden dan het uitvergroten van minieme verschillen. En ziedaar, het zaakje is na twee maanden geklapt en we zagen vier zelfgenoegzame heren die zich, ogenschijnlijk van geen kwaad bewust, uitputten in rituele bezweringen over 'goede sfeer' en 'op de inhoud' terwijl het voorzittende schoothondje van Rutte bleef zeggen 'hoe hard er gewerkt was.' En wat nu? hoorde je allerwegen. Ja, wat nu. Kunnen we ons in deze tijd van razendsnelle veranderingen deze politieke schildpadgang nog wel permitteren? Moet er niet veel meer over schaduwen heen gesprongen worden om dat te doen waarvoor we naar de stembus gingen: regeren. Macron had in drie dagen een regering op poten met 50 procent vrouwen en een man van de tegenpartij als premier. Wij moeten nu gaan schmieren met onze Lieve Heer van de CU of smeken bij de PvdA of ze nog een keer voor schut willen gaan. En zelfs Wilders is de weg kwijt door als een klein kind voor elke camera te roepen: vergeet mij niet, ik heb ook gewonnen, neem mij! En nergens bij niemand een spoor van urgentie. Straks hebben we nieuwe verkiezingen met Sinterklaas. Met als verrassende outsider: de Partij van de Regenboog Piet. Zetels verzekerd.