Vandaag gaat het over marketing.

Als zestienjarig knulletje stond ik met boter, kaas en eieren op de zaterdagmarkt. Sumatrastraat, Amsterdam. Om 7 uur 's ochtends zette mijn vader me met een paar dozen boter, een kist eieren en een stapel kazen af op de stoep. 'Vandaag,' zei hij, 'ga je veel eieren verkopen.' 'Hoezo,' zei ik, 'dat bepaalt toch de klant?' Had ik op school geleerd. 'Dat denkt de klant,' zei m'n vader. Hij gaf me een grote rieten mand met de opdracht die tot de nok te vullen met eieren. En ik kreeg een bordje met de tekst: 'Eieren 13 cent. Alleen vandaag: 12 eieren voor 1.69!' 'Wel rond 11 uur dat bordje weghalen,' lachte m'n vader en hij scheurde weg met zijn Volkswagen bus naar z'n eigen marktplaats in West. Daar kwamen de pronte huisvrouwen al aan m'n kraam, de blik gulzig op de mand met eieren gericht. En daar verkocht ik meteen meer eieren dan ooit. Maar zowaar, ik had het reclamebordje nog niet weggehaald of daar kwam de eerste koopster tierend en scheldend terug aan m'n kraam. 'He jij, klein kreng. 12 eieren x 13 cent is 1.56, geen 1.69! Kom op, m'n geld terug.' 'Ja mevrouw,' schutterde ik hard hoofdrekenend terug. En ik gaf het ze gauw, die Amsterdamse volksvrouwen, met een eitje er gratis bij, bang voor hun boze blikken en schelle stemmen. Zo leer je marketing op de markt.