Vandaag gaat het over koken.

Meer mannen koken dan vroeger, maar het zijn er nog steeds niet veel. Niet geleerd, niet gewend, niet vertrouwd. Zoiets. Dus moet je leren en wennen. Ik verblijf in het huis van een kookmeester. Daar waar ik normaliter zit en denk en lees en schrijf, sta ik nu uren naast het fornuis. En geniet ik van het genot waarmee hij de pannen laat sissen, de sauzen doet geuren en vlees en vis onderwerpt aan zijn vaardige handen. Samen toveren we een statige Boeuf Bourguignon, een van de botten vallende lapin au sauternes, een mousserende omelet met garnalen, een quiche die alles wat AH biedt tot droogkarton degradeert en on top off boterzachte, roze forellen in een hemelse saus met beetgrage dunne asperges en romige tagliatelle. Hij hakt en bakt en gaart en praat, ik kijk en luister, met af en toe een klauwtje bij. Wat is het toch fijn om weer leerling te zijn. Bijna zeker weet ik nu dat ik ga koken, straks, thuis. Bijna.