Vandaag gaat het over haast.

Het is half vijf. ’s Nachts. Op Radio 1 wordt door een hoorbaar met zichzelf ingenomen EO-presentator een zekere Jeanette wakker gebeld om zijn schaarse slapeloze luisteraars wat kleur en inhoud tussen hun winterkoude lakens te bieden. Jeanette vertelt dat ze gratis de voeten van dak- en thuislozen in Amsterdam verzorgt. Opwinding in de studio. Wat?! Echt waar?! Gratis!? Zwervers?! Nee, verbetert Jeanette zachtmoedig, ‘dak- en thuislozen, noemen we deze mensen.’ Maar waarom Jeanette, DOE JIJ DAT? En dan komt het. Jeanette krijgt nog net gelegenheid om te vertellen dat ze pedicure is en op deze manier graag mensen helpt, maar als ze nog iets wil zeggen wordt ze bijkans van de lijn geblazen. ‘Dag hoor, Jeanette.’ Want het punt is alweer gemaakt, de minuut gevuld, fijn, klaar, lekker, en weer door. Zonder gene, zonder hoorbare schaamte worden mensen die zelf te beleefd en te aardig zijn, misbruikt. Haast. Haast. Zelfs in de nacht. Snel spreken, hard lachen, en op naar de volgende. Luister maar eens naar de vaste presentator van Radio 1 die elke ochtend tussen 6 uur en 9.30 uur voortdurend over zijn vragen struikelt. Snel, snel, voor het te laat is. Te laat voor wat? Voor bezinning. Voor rust. Voor aandacht. Voor echt.