Vandaag gaat het over links.

Ik ben links. Obama ook. Afgelopen vrijdag zette hij zijn handtekening onder zijn aftreden. Met links. Hij wel. Als zesjarige kreeg ik in de eerste klas keihard de liniaal van de juf op mijn hand. Pats! En ze patste net zo lang tot ik tussen dikke tranen door met hanenpoten rechts het alfabet kon kalken. Voor hetzelfde geld met een levenslang trauma tot gevolg. Met als zuur extraatje: stotteren. Ik niet gelukkig. Ik heb een warme band met links. Ik loop links naast mijn vrouw. Altijd. Loop ik per ongeluk rechts van haar, dan loop ik niet lekker. Ik lig links naast haar in bed. Vanaf rechts voelt het raar om haar te omhelzen. Als vreemd gaan. Had zij per se links willen liggen, wie weet was ons huwelijk mislukt. En gelukkig leef ik een in een land waar ze rechts rijden zodat ik links van mijn vrouw kan sturen. Ik denk dat ik haar in Engeland veel meer zou laten rijden. Waarom ben ik in alles links en zijn mijn zeven broers en zusjes dat niet? Men zegt dat linkshandige mensen creatiever zijn. Ik geloof het graag. Ook wil de volkswijsheid dat wie links timmert, vaak mis slaat. Ik weet het.