Vandaag gaat het over Papua.

Manokwari, 17 december 2016

Beste Allen,

De rapporten zijn uitgereikt, de kinderen wisten niet hoe hard ze moesten lopen, bussen, varen of vliegen om thuis te komen. Op onze internaten is het nu rustig. In Susweni, op de SMA, verblijven nog 20 kinderen, onder wie 16 (10 meisjes, 6 jongens) uit het Keerom-gebied, in het achterland van Jayapura, tegen de grens met Papua New Guinea (PNG). Op de SMP in Maripi zijn van de 65 kinderen nog twee jongens achtergebleven, een uit de Keerom, en een uit het dorp Ayabokiar in het Karoon-gebergte (zijn moeder is al overleden, zijn vader zwerft ergens in het oerwoud, geen reden om naar de kampong te gaan om een thuis te vinden). Dat is een verschil met de vorige generatie, met die van de ouders van onze huidige leerlingen. Die ouders werden dertig jaar geleden, toen ze de lagere school ‘af’ hadden in hun geboortedorp, in een Cessna geladen, een eenmotorig vliegtuigje dat vier volwassen passagiers kon herbergen, met acht tot tien niet meer zo kleine ukkies tegelijk, om naar de kustplaats Fakfak gevlogen te worden waar ze de middelbare school konden volgen en op het internaat wonen. Een uur vliegen vanuit het Aifat-gebied, de Kebar-vlakte, de Bintuni-golf. Drie jaar school aan een stuk. Schoolvakanties, zeker, maar geen vakantie naar huis. Cessna-vluchten waren te duur, boten deden zelden Fakfak aan, en het was geen doen, niet echt vakantie, om in twee of drie weken een paar dagen op zee te zitten en dagenlang door het oerwoud te banjeren om toch maar een paar dagen je vader of moeder (als ze nog leefden) te kunnen zien. Dus niet zeuren, gewoon naar school in Fakfak (of welke grotere kustplaats dan ook), en dat drie jaar lang aan een stuk. Het zou kunnen dat die vorige generatie zo’n lange absentie uit hun geboortedorp toch niet zo leuk heeft gevonden, en dat leed hun kinderen nu wil besparen. Niet ieder jaar, maar ieder semester, worden alle beurzen opengetrokken om de kinderen naar huis te laten komen. Het scheelt dat de laatste jaren de boot-verbindingen veel beter zijn geworden, er asfaltwegen door het binnenland zijn aangelegd, de portemonnees hier en daar beter gevuld zijn, zodat een enkele ouder zijn zoon of dochter zelfs per vliegtuig laat overkomen. Het vreemde blijft overigens dat men vaak niet voldoende geld voor school of internaat zegt te hebben, maar opeens wel voor een boot-of vlieg-ticket. Tja, vroeger huilden de kinderen als ze van papa en mama weg ‘moesten’ naar die verre school, nu huilen de moeders als ze hun zoon of dochter niet langer elke dag bij zich thuis weten. Het leed wordt iets verzacht doordat iedereen over een mobiele telefoon beschikt, ook de armsten. Tot in bijna alle gaten in het diepe binnenland zijn torens gebouwd waardoor er ‘signaal’ is, bereik. Geweldige business. Er wordt wat afgebeld, en ge-face-bookt. Hele nachten naar muziek geluisterd. En porno gedownload. Allemaal redenen om tegen onze internaatskinderen te zeggen dat alle mobieltjes (ha-pee zeggen we hier, HP, van hand-phone) ingenomen worden en alleen in het weekend gebruikt kunnen worden. (Sommige snuggeren ontspringen de dans door een kapot ding in te leveren, en de nieuwere te verstoppen).

Er is de afgelopen tweede helft van 2016 ook weer veel gebouwd. Op de SMA zijn er twee klaslokalen bijgebouwd, en de WC’s en de kantine werden gerenoveerd. Op onze kosten, dankzij jullie hulp. Er wordt gefluisterd dat in 2017 de overheid over de brug gaat komen met een subsidie voor de bouw van nog eens vier klaslokalen. Dit alles om de toevloed van leerlingen te kunnen opvangen. De school blijft gezocht. Behalve iets boven-gemiddeld niveau van onderwijs, vallen we ook in positieve zin op omdat er 80% autochtone Papua’s op school zitten (terwijl de Papua’s in de steden van het voormalige Nieuw Guinea al in de minderheid zijn!), er meer discipline schijnt te zijn dan elders (zeggen de ouders), ouders meer bij het onderwijs-proces worden betrokken, er ruime behartiging is voor sport en muziek, er alumni zijn die uitverkoren werden om in Australië of Duitsland verder te studeren, en er natuurlijk internaten aan verbonden zijn.

Ook economisch heeft de school invloed. Vijf jaar geleden was het dorp Susweni een rustig dorpje aan de rand van de stad Manokwari, mooi gelegen op een heuveltop met frisse wind en (na enig zoeken) helder bronwater. Veel bos en onbebouwd terrein. Nu zijn er overal om de school huisjes en winkeltjes gebouwd, die hun waren aan de schooljeugd proberen te slijten. Met de een komt de ander mee: ambulante handel, winkeltjes waar men beltegoed verkoopt, snoepgoed, mineraalwater, en zo meer. Chauffeurs van brommer-taxi’s bouwen zich een slaapplaats, de politie opent een surveillance-post.

Ook op de SMP in Maripi werd veel gebouwd. Ik woon er nu anderhalf jaar, weer in een klaslokaal, maar hoef nu niet lang te wachten op een echte woning. Want de provinciale overheid was zo goed om handje contantje met een heleboel geld te komen voor de bouw van een reusachtige slaapzaal voor de straks (medio 2017) 100 internaatskinderen (leeftijd 12-15 jaar en iets ouder). Voorlopig is er ook ruimte om onder hetzelfde dak te kunnen eten. Veel te veel geld voor die slaapzaal, met een beetje zuinig maar toch degelijk bouwen (“in eigen beheer”) hielden we wel 40% van de subsidie ‘over’. Een verantwoording werd geaccepteerd, ook na de nodige ‘marking up’. Iedereen gaat zo te werk. Bij de ambtenaren vloeit het in de gezinskas, maar wij konden er 75% van een belendend augustijnen-kloostertje van bouwen, plaats voor drie leraren (onder wie mijzelf, de rector), en nog twee gastenkamers. Huiskamer, keuken, toiletten, etc. En een beste kapel, waar wellicht 100 kinderen een beetje opeengepakt op de grond kunnen zitten. Nu is het de kunst van het lobbyen om dit nieuwe jaar weer zo’n forse portie duiten te veroveren zodat het internaat uitgebreid kan worden met een eet- en studiezaal. De kinderen zijn inmiddels verhuisd uit de drie klaslokalen die ze tot nu toe bezetten. Ik hoef me dus geen zorgen meer te maken waar we straks de nieuwe lichting leerlingen moeten plaatsen (alhoewel het vechten zal worden om een plaatsje op het internaat).

De plaatselijke overheid van de stad Manokwari heeft ook een duit in het zakje gedaan door de bouw van twee klaslokalen te subsidiëren. Daar hoeven we verder niets aan te doen. Als het klaar is ontvangen we de sleutel. De bouw gaat echter langzaam, en zal de kwaliteit er mee door kunnen?

In de kerstnacht wordt de school in Maripi ‘bezet’ door kerkgangers uit de omliggende dorpen (Maripi, Maruni, Arfai en Sowi) die op het schoolplein onder een flinke lap tentzeil (in december wil het nog wel eens flink regenen) de nachtmis gaan vieren. Elke dorpskerk is te klein om de goegemeente, tegen de duizend mensen, te kunnen plaatsen. Het geeft ook meteen ruimte om na die kerkelijke viering een maaltijd-voor-iedereen te verzorgen en vervolgens tot het krieken van de dag te kunnen dansen. Vervolgens naar het buurtdorp Arfai (met bussen) voor de ochtendmis, weer tegen de duizend man/vrouw/kinderen, en daarna pas slapen. Niet al te lang, want niet-christelijke kennissen en buurtbewoners komen die kerstdagen zeker langs om een handje te geven, en een hapje mee te eten. Rijkere geloofsgenoten weten al hoe dat werkt, en komen een paar dagen van te voren bij de pastoor ladingen soft drinks, koekjes, taart en pinda’s aan slepen om te kunnen uitdelen. Het moge niet zo zijn dat de jeugd moet oplopen tegen ‘een kikkerbil die niets geven wil’ zoals wij soms konden ervaren als we met een uitgeholde suikerbiet-lampion op Sint Maarten de ronde deden.

Drie januari beginnen de scholen weer. Drie januari en geen dag te laat. Dat zal een klus worden, want een hoop kinderen zal pas na Nieuwjaar gaan denken aan de terugreis naar school. En dan is er natuurlijk net even geen boot of ander vervoermiddel in de buurt,en komt men gerust een week te laat aanwaaien. Zoals ook op overheidskantoren.... Bij de particuliere sector moet je oppassen, want je zou zomaar op straat gezet kunnen worden. Maar dat kun je met schoolkinderen niet doen... Je kunt ze ook niet schorsen, want waar naar toe in een stad waar je, jochie van 13, geen familie hebt. Dus maar wat werk-straf straks: gras maaien, bomen planten, de kerststal afbreken.....

Jullie allen heel hartelijk bedankt voor alle goede gaven en trouwe hulp en mee-leven, voor alle aandacht en belangstelling.

Mooie zinvolle kerstdagen, en alle goeds voor het Nieuwe Jaar 2017!!

Ton Tromp

Zin om dit initiatief te steunen? Mail mij en u krijgt de gegevens: ferrytromp@online.nl