Vandaag gaat het over Trump.

Sorry, maar het moet nog een keer. Vier tot acht jaar zit ik aan die man vast. Neem vanmorgen. Een aankondiging op de radio van een wedstrijd voor slagwerkers, genaamd Tromp-concours. 'Let wel, trOmp-concours,' zei de presentator er nadrukkelijk bij. Elke ochtend de krant open slaan en je bijna-naam zien staan. 's Nachts wakker schrikken als je genachtmerried hebt dat je toch familie bent. Elke avond op TV dat verwrongen hoofd zien met die mond waaruit van alles te voorschijn springt waar het brein niet over heeft nagedacht, nog geen seconde, en dan naar de spiegel rennen om zeker te weten dat je naam wel, maar je kop niet op hem lijkt. Een Trump maakt meer kapot dan je lief is. Ik weiger mee te gaan met al diegenen die nu al de hoop in verwachting uitspreken dat het 'allemaal wel mee zal vallen'. Ik heb in Amerika in de ogen van zwarte mensen gekeken die boekdelen spraken van zorg en angst. Ik heb het wanstaltige, megalomane huis van de man in West Palm Beach gezien. Ik walg van het soort jaknikkers en knipmessen waarmee hij zich nu al omringt. Ik hoef niet eens te hopen op meer inhoud dan verwacht. Want in niets, maar dan ook helemaal niets vertegenwoordigt deze man ook maar iets waarvoor ik sta, van wat ik vind, liefheb en waardeer. Ik ben niet bang. Ik sta versteld. Arm Amerika. Arme Trump. Arme Tromp.


  • Facebook B&W