Vandaag gaat het over slavernij.

We slapen aan de oever van de Mississippi op Oak Alley Plantation, een voormalige suikerriet plantage. Grote attractie is de 300 jaar oude eikenlaan die majestueus van de rivier naar het grote herenhuis loopt. Met bussen tegelijk komen ze uit New Orleans aangereden om dit wonder te zien. Iets minder in trek is de rij nagebouwde slavenhuisjes waar de inrichting weinig aan de verbeelding overlaat. Hier werd door honderden slaven ernstig geleden, vooral in de gloeiende hitte op de velden. De informatieve en opmerkelijk objectieve teksten op de borden spreken boekdelen. Uitzonderingen daargelaten was er sprake van massale dehumanisering van de slaven door de blanke eigenaren, wat het de laatsten mogelijk maakte zonder veel schuldgevoel met het lijden van hun 'eigendommen' om te gaan. We lopen er stil en schuchter langs. Op school vertelde de leraar over slaven, ik las 'De negerhut van Oom Tom', ik zag 'Twelve Years a Slave'. Maar nu ik hier sta, op deze grond, m'n ogen gericht op hun werktuigen, hun kleren, lijkt het wel of nu pas echt bij me doordringt wat het moet hebben betekend. En komt op deze idyllische plek van rust en stille schoonheid onvermijdelijk de vraag: wat had ik gedacht, toen, hoe had ik gehandeld, wie was ik geweest? De overheersende gedachte is er ook: slavendrijver.