Vandaag gaat het over levensmoe.

In het positivistisch jargon dat klaarblijkelijk nodig is om te over-leven heet dat: voltooid leven. Toen mijn moeder in het verzorgingstehuis zat vond ik haar in de huiskamer in een kring van bejaarden die niet naar elkaar keken en helemaal niets zeiden maar zwijgend voor zich uit zaten te knikkebollen. Het maakte diepe indruk op me. Ik zag geen voltooide levens, ik zag levensmoeheid. Niet meer de energie hebben om nog uit je eigen schulp te kruipen naar de ander, naar de wereld toe. Vroeger konden de ouders bij hun kinderen blijven wonen, zeggen de mensen. Wij kwamen vroeger op een boerderij waar dat nog zo was. Opa stond geparkeerd op een stoel naast de voordeur zonder op wat of wie dan ook te reageren. Opa was klaar, maar hij hoefde niet dood. Hij niet. Maar straks worden we geen 70, maar 90. Een beetje lang voor op een stoel met een pijpje. Medische zorg doet ons langer leven dan goed is voor ons, voor onze kinderen, voor de wereld. Mogen we dan medicijnen gebruiken en ons recht om waardig te sterven uitoefenen als we dat willen? Ik vind van wel. En sterker, zonder te wachten op welke wetsregeling dan ook, gaan ouderen 'm op internet bestellen, die PLOP (PLeurOpPil).

(met dank aan Peter van Straaten)