Vandaag gaat het over radioreclame.

Dat blijft altijd lastig met het Nederlands. Voor je het weet staat er: reclame voor de radio, terwijl je reclame op de radio bedoelt te zeggen. Het laatste dus. ‘Woord’ is een VPRO documentaire programma in de nacht van vrijdag op zaterdag dat ik van harte aanbeveel. Prachtige verhalen, jaloersmakend mooi gemaakt. Maar dan, als je in je bed net de sfeer goed te pakken hebt, komt daar het nieuws, nou vooruit, en, godbetert tegenwoordig ook ’s nachts, de reclame. Die minuten moeten spotgoedkoop zijn want het gevoelig oor wordt maandenlang geteisterd door almaar dezelfde boodschappen. Eerst die vreselijke Tom van de MKB-pas

voor brandstof, ik schat toch al gauw duizend keer, en nu een schier oneindige reeks Volvo V60 aanprijzingen die maar een ding bewerkstelligt: nooit, nee nooit zal ik ooit nog zelfs een gedachte wijden aan de koop van een Volvo, al komt-ie duizendmaal uit Zweden. En helaas, beste radioluisteraars, dat gaat de hele dag zo door. En niet alleen de Volvo maar onder vele doordrammende anderen ook het UWV (‘Werken aan perspectief’…) en de verzekeringsmaatschappij Promovendum. De duurdoenerige schijnheil zit al in de naam. Of neem de Rabobank, die maar niet kan ophouden om ons week in week uit te bombarderen met het op zich twijfelachtige bericht dat je bij hen binnen een week een hypotheek kan scoren. Lieve, lieve regering, alstublieft, waarom stond er in de Troonrede niets over een tientje kijk- en luistergeld belastingverhoging bij gelijktijdige verlossing van de terreur van de commercie op onze publieke omroep. OK, ik weet dat mijn weeklacht niet helpt, ik besef dat het niet zal gebeuren, dat wat ik wens, maar ook hier geldt wat voor veel dingen in het leven waar is: het benoemen van de uitweg is de eerste zucht van verlichting.