Vandaag gaat het over staat van geest.

De staat van geest van een mens is voor een goed deel afhankelijk van zijn staat van zijn. Is hij nog niet hersteld van een operatie, nog maar pas overskied door een snowboarder of onverhoeds op een langskomende motard van een wielerwedstrijd geklapt, hij voelt zich terecht niet helemaal je dat. Daarnaast zijn er omstandigheden die ook bij een gezonde staat van zijn tot een mindere staat van geest aanleiding geven. Denk aan net ontslagen, pas gescheiden, zojuist beroofd, afgezet of vernederd. Voel mee met de dolende vluchteling, de wanhopige asielaanvrager en de bange homoseksueel in een kamp. Of treur met hen die arm zijn, bankschulden hebben, de belasting zijn vergeten, de deurwaarder van zeer nabij kennen of een erfenis van een alleen maar in gedachten geliefde oom zijn misgelopen. Ook zakken voor een examen, te laat op sollicitatie komen of under

dressed op een party verschijnen kan een gewoonlijk zo blijmoedige geest danig te neer slaan. Om van weggeduwd worden bij het zoenen, niet gekozen worden in het elftal of bruusk achtergelaten worden tussen de lakens maar helemaal niet te spreken. Zelf staat mijn staat goed, zowel van geest als van zijn. Dacht ik. Maar nadere, oprechte beschouwing van mijn levensfase eindigt met de volgende voorspelling: je vergeet wat er was, je vreest wat er komt en je snapt niet meer wat er gebeurt.