Vandaag gaat het over honden (4).

Het Franse platteland wordt geteisterd door honden. Zet vanwege de warmte 's nachts lekker je luiken en ramen open voor je broodnodige koelte en je wordt bestookt door een concert aan geblaf en gekef. Net als bij Beethoven neemt de een het van de ander over, maar dan net even minder prettig voor het oor. Leun, als het even stil is, uit je raam en laat de sterren honderd

duizendvoudig op je neerstralen, miljarden jaren existentie die je vriendelijk knipogend aankijkt. Hoe mooi is dat? Keer na de volgende hond weer gefrustreerd terug naar je bed en vraag je af welke godverziekte eigenaren zo doofstom en afgestompt zijn dat ze het idiote geraas van hun hondgebroed vlak naast hun bedstee kunnen verdragen. Ik heb het ze gevraagd: ze horen het niet! In het nabije bos heeft de jachtclub - een armzalige verzameling sneue mannen - twaalf gore hokken op elkaar gestapeld om daar hun jachthonden in op te slaan. Van pure ellende weten de scharminkels niet beter te doen dan dag en nacht met elkaar in gesprek gaan. Dit tot genoegen van onze vakantie. Minder hond mag. Ik blijf het zeggen.