Vandaag gaat het over wonderwezen.

Zo noemt de Hongaarse schrijver Sandor Marai in zijn vroege boek 'Bekentenissen van een burger' de vrouw. Op de markten van de Franse dorpen zie je overal de Franse huisvrouw schuifelen en schommelen die met precieze blik bij haar favoriete groenteboer haar grote tas vult voor het middagmaal. Om tien uur, uiterlijk half elf is ze thuis en begint ze in haar veelal kleine, bedompte keukentje aan de bereiding van de warme hap die nog altijd in veel gezinnen precies om twaalf uur op tafel moet staan. Marai noemt de vrouw nederig en zorgzaam maar hij prijst haar daarom niet. Eerder beziet hij haar dienstbare positie met zorg en respect, met een schuin oog naar de onverbiddelijkheid van de man, die zijn positie waarborgt met zijn claim op de gewoonte die hij 'traditie' noemt. Op het terras van de Franse cafés schuilen die mannen onder de luifel tegen de zon als koeien onder een boom in de wei. Met 'un café' van 1 euro die

bijna leeg voor hen op tafel wacht op het laatste slokje, palaveren ze urenlang met elkaar over mens en maatschappij, druk gesticulerend als hun mening daarom vraagt. Maar precies om kwart voor twaalf staan ze zuchtend op en kiezen, de handen over hun buiken wrijvend, elk hun eigen richting naar huis, naar het vanzelfsprekende, geheiligde maal van hun zorgzame nederige. Hoe lang nog?


  • Facebook B&W