Vandaag gaat het over nationalisme.

Wie in Italië is tijdens de Olympische Spelen in Rio (niemand zegt of schrijft: in Brazilië!) ziet daar op TV en in de kranten de Italiaanse Olympische Spelen. Wie in Frankrijk op vakantie is, ziet de Franse. Ieder voor zich. Juist als je zelf in het buitenland bent valt op hoe ge-oranjiseerd ook de Nederlandse media zijn. Ja, natuurlijk is er aandacht voor Michael Phelps en Usain Bolt. Mag het? Maar het is toch vooral Italia Vincere, Vive la France en Oranje Boven. Olympische Spelen zijn er voor de verbroedering aller broeders en zusters, maar de toekijkende miljarden hebben er steeds minder boodschap aan, zo lijkt het. Onze Daphne verkrampt in baan negen. Dan is er geen ruimte meer voor: wie was ook alweer de winnares? Elaine Thompson? Wie zeg je? Oh, die, soit. We roepen met z'n allen hoe belangrijk een gouden medaille op de Spelen is. Niet dus. Al die gouden medailles van 'die anderen' zullen ons een zorg zijn. Het goud is alleen echt belangrijk als het 'van ons' is. Zo is de Europese

Unie blijkbaar nog altijd niet ‘van ons’ want er is geen medium dat de medailles van de EU-landen bij elkaar optelt en vergelijkt met de VS en China. Als je nichtje haar been breekt, voelt dat erger dan 100 doden in Bagdad. Maar dat is toch iets anders dan de wereld tot het vreemde te verklaren ten faveure van het verkokerde eigene. Uiteindelijk komen daar alleen de medailles van op de borsten van de generaals.