Vandaag gaat het over vakantie.

Als je vliegt, wacht je op het overvolle vliegveld binnen de varkenshekken waar je zes keer dezelfde opzienbarend vrolijke gezichten tegenkomt al gauw een uur bij de bagage drop off. En wacht je vervolgens dezelfde rij van dezelfde lengte bij de security check. En dan maar hopen dat je je gezicht mee hebt of dat je vrouw niet per ongeluk een schaar in de beauty case heeft laten zitten. Bij de boarding wordt je naam opgeroepen dat je onmiddellijk moet komen, ook al sta je daarna onherroepelijk eindeloos in de sluis te wachten achteraan de rij medepassagiers die hun overvol gepropte koffer niet in de bagageruimte gewrongen krijgen. Ga je treinen, mag je hopen dat-ie gaat en probeer je uren door ongewassen ramen zicht te krijgen op het landschap terwijl je handschoenen aan hebt tegen de gorigheid op de leuningen. Maar zit je in je eigen auto, en rij je in augustus midweeks over de Italiaanse snelwegen, dan tref je goddelijke leegte in een zee van zon en groen, uitnodigende tolpoorten en autogrills waar de capuccimaker je vrolijk tegemoet lacht en alle tijd heeft voor een artistiek gegoten melkhart in het kopje van je vrouw. Doen!