Vandaag gaat het over ziekenhuis.

Een goede vriend ligt er een paar weken in. Hij toont zich van de oplettende kant als hij zegt: 'De verpleging is geweldig, wat verzetten die een werk, maar die dokters...' En hij trekt er een gezicht bij dat is gebeeldhouwd in misprijzende afkeuring. Hoezo? 'Vroeger,' zegt mijn vriend, 'kwam er een specialist aan je bed die je een hand gaf, zich voorstelde en zei: zo en zo gaan we proberen om u zo snel mogelijk beter te maken, meneer. En elke ochtend verscheen hij omringd door assistenten om te horen hoe het met je ging en opdrachten voor verder onderzoek te geven. Nu vliegen ze in en uit, ze zitten aan je zonder zich voor te stellen, dan de een, dan de ander, je weet niet wie ze zijn, en je weet niet wat ze doen en als je wat vraagt moet je het aan een ander vragen en kijken ze zo van: nou niet lastig worden, meneer, we doen hier ons best.' Het toeval wil dat mijn vriend een alleraardigste vent is die altijd van het goede in de mens uitgaat. Nu niet dus. Natuurlijk, hij lag aan de morfine en was niet altijd even helder. Maar kan het ook zijn dat jonge dokters die in overvolle ziekenhuizen met een snel uitdijend leger van steeds oudere, ziekere bejaarden worden geconfronteerd, onbewust een zekere moedeloosheid ontwikkelen die zich uit in haast en afstandelijkheid? Elk systeem is gebaat bij een zo persoonlijk mogelijke benadering voor een beter resultaat. Dat is niet altijd beter worden, wel het gevoel bij de patiënt

dat beter worden mogelijk is.


  • Facebook B&W