Vandaag gaat het over zomer.

In Nederland zijn 1500 vakantieparken. Dat schijnen er meer dan 700 teveel te zijn. Allemaal wethoudertjes met glim in de oogjes aan de lunchtafel met de projectontwikkelaar. Business a la Van Rey. 'Welzeker, mijnheer de vakantie-mogelijk-maker, hebben wij nog een weiland beschikbaar. Er ligt al een sloot omheen dus u kunt er villa's aan het water verkopen.' Neem vijfhonderd van die lunches en leegstand is verzekerd. Nederlandse gezinnen zijn al bijna 100 jaar dol op kleine houten hokjes van waaruit je de regens van de Hollandse zomers uit de bomen kan zien druipen, net zo lang tot de schimmel tegen de wandjes kruipt. Maar tegen zoveel aanbod is geen vraag bestand. Reden dat Natuurmonumenten wil dat 500 parken aan de natuur worden terug gegeven. Tegelijkertijd komen er steeds meer vakantiehuizen met parketvloer, Amerikaanse keuken, ligbad met jacuzzi en open haard. Voor als het een dagje regent. Helaas mogen er alleen blocs uit de supermarkt in. Geen hout.

Als iedereen gaat sprokkelen blijft er geen bos meer over om de regen in te zien druipen. Zit wat in.