Vandaag gaat het over roeien.


Ik roei. Ik zou kunnen homefietsen, bandlopen of steppen. Maar nee, roeien past me, ik ben een roeier, dus ik roei. In huis, dat wel. Ik luister naar Grieg, naar The Boss, naar John the Revelator, naar Job Cohen die voorleest uit Geert Mak over John Steinbeck en ik roei. Ik span mijn spieren en ik tel de slagen: 35, 36, 37 per minuut. Ik verhoog de weerstand en ik voel mijn benen langer worden, mijn voeten sterker op de pedalen, mijn buik al strakker, mijn rug recht, de schouders breed en hoog, de armen als kabels met handen in een ijzeren greep. Ik roei en ik groei. Ik doe het elke dag. Ik kan bijna niet meer zonder. De kilometers rijgen zich aaneen. Slag voor slag sla ik mijn oude leven weg. En opdoemend uit de mist boven het stille water is daar een nieuwe mens.