Vandaag gaat het over bomalarm.


Dat gaat als volgt. Op een zaterdagmiddag in april 2016 komt er bij een vliegveld een bommelding binnen die als serieus wordt gekwalificeerd. Binnen een paar minuten worden ontvangsthal, winkels, restaurants, toiletten(!), incheckbalies en security check points ontruimd. Iedereen die met auto, bus of trein aankomt, wordt al buiten tegen gehouden en op afstand gezet. Overal posteren zich extreem dikke (kogelwerende vesten) mannen, de zware wapens in de aanslag. Ondanks de mêlee van vele honderden onzekere, angstige mensen wordt het doodstil. Mijn vriend en ik zijn al binnen en raken gevangen tussen de bewaking in een kleine, benauwde ruimte. We vragen om informatie en krijgen die niet. Zo komt het Journaal ineens dichtbij. De lucht wordt zwaar. De ogen van de mensen keren zich naar binnen. Er wordt op fluistertoon getelefoneerd, tussen het onrustbarende kraken van de walkies talkies door. Loos alarm. Met een zucht van verlichting mag je naar de incheck waar honderden mensen gaan staan (voor)dringen, duwen, schelden en slaan vanwege een minstens zo aanwezige angst: ik haal mijn vliegtuig niet.